De Reede van Texel

De Reede van Texel was eeuwenlang een onmisbaar logistiek knooppunt voor de Nederlandse scheepvaart. Een rede is een min of meer beschutte plek waar schepen voor anker gaan, vaak in een baai of in de luwte van een kust. Sinds de 15de eeuw deed de oostkust van Texel dienst als rede, nadat de baai van de Hors aan de zuidkant van het eiland steeds ondieper was geworden.

Reede van Texel

Reede van Texel

Deze nieuwe Reede van Texel strekte zich langs de hele kust van het eiland uit. Het was een verzamelplaats voor schepen die vanuit de kustplaatsen van de Zuiderzee de Noordzee op wilden varen – of andersom. De Zuiderzee is altijd een relatief ondiep vaarwater geweest. Naarmate schepen groter en zwaarder werden, werd het steeds lastiger om over de Zuiderzee te varen. De Reede van Texel groeide daarom uit tot de plek waar grote schepen werden geladen en gelost. Vervolgens werden er kleinere vaartuigen (lichters) gebruikt om de handelswaar naar de uiteindelijke bestemming te brengen. Aan het einde van de zestiende eeuw kwam er steeds meer handel, wat ook op Texel gemerkt werd. Het aantal schepen dat van de Reede gebruik maakte, groeide aanzienlijk. De Reede van Texel werd een belangrijk logistiek knooppunt voor de overzeese handel.

Bedrijvigheid

Uit historische bronnen is bekend dat er soms tientallen of zelfs meer dan honderd schepen tegelijkertijd op de Reede voor anker lagen. Ze wachtten op lading en bevoorrading en op een goede wind om uit te zeilen. Het kon voorkomen dat schepen weken, soms zelfs maanden, op de Reede verbleven. Het grootste deel van de schepen was actief in de Europese kustvaart. Er was een uitgebreid handelsnetwerk dat zich uitstrekte van de Oostzee en Rusland tot de Levant en Syrië. Daarnaast waren er vloten van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) en de West-Indische Compagnie (WIC) op de Reede te vinden, net als oorlogsschepen van Nederlandse Admiraliteiten. Kleinere vaartuigen voeren tussen de vloten door: vissersboten, sloepen met bemanning, loodsboten en lichters. Het zal regelmatig een zeer druk schouwspel zijn geweest, waarin honderden mensen tegelijkertijd actief waren. Voor de Texelaars was dit een periode van werkgelegenheid en welvaart.

Reede van Texel - waterputtenBijzonder water

Het eiland zelf vervulde ook een cruciale rol in de bevoorrading van de schepen op de Reede. Twee waterputten aan de voet van de Hoge Berg op Texel werden geroemd omdat ze in grote hoeveelheden water van hoge kwaliteit konden leveren. Het water uit deze zogenaamde Wezenputten – de opbrengst van het water uit de putten kwam ten goede aan het weeshuis in Den Burg – was zeer ijzerhoudend. Hierdoor bleef het water enkele maanden langer drinkbaar dan ‘normaal’ water.

Geen veilige haven

De Reede van Texel bood vrij veel beschutting, maar was toch niet echt een veilige haven. Bijzonder zware stormen konden levensgevaarlijk zijn voor de zeelui op de Reede. Er zijn verschillende desastreuze scheepsrampen bekend waarbij tientallen schepen verloren zijn gegaan en honderden slachtoffers te betreuren waren. Bij heftige storm konden schepen van hun anker schieten, met het gevaar stuurloos op elkaar te botsen of op een zandbank te lopen. De schepen konden dan vrij snel zinken. Om dit te vermijden wierp men extra ankers uit, of verzwaarden ze de ankertrossen met de loop van een kanon. Als laatste redmiddel werden wel hele masten omgehakt, alles om losslaan van de ankers en stranding te voorkomen. In de loop der eeuwen zijn op en rond de Reede van Texel naar schatting tussen de 500 en 1000 schepen gezonken. De meeste zijn geheel verloren gegaan. Sinds de jaren zeventig zijn er toch zo’n veertig – in uiteenlopende staat van compleetheid – teruggevonden. De meeste daarvan zijn sindsdien, door erosie, alsnog verloren gegaan.

Het einde van de reede

In de tweede helft van de achttiende eeuw kwamen de handel en de scheepvaart vrijwel stil te liggen – ook bij Texel. De Hollandse economie raakte verlamd door een serie oorlogen die deels op zee uitgevochten werd en de sluipende burgeroorlog tussen de patriotten en orangisten. Tijdens de daarop volgende Franse Tijd lukte het niet meer de handel, en daarmee de Reede, te stimuleren. De opening van het Noord-Hollands Kanaal (1824) betekende dat men voortaan niet meer over de lastige Zuiderzee hoefde te varen; men voer simpelweg rechtstreeks van Amsterdam naar Den Helder. Het tijdperk van de Reede van Texel was voorgoed voorbij.